Actieplan voor een pesticidenvrij Europa

‘Bijna elke poging om het gebruik van pesticiden terug te dringen is mislukt’

0
123
Het grootste deel van de landbouwproducten wordt volgens foodwatch verkocht aan een ‘handvol’ bedrijven en grote detailhandelaren die de prijs, de rassen en de kwaliteit bepalen. (Illustratie foodwatch)
Het grootste deel van de landbouwproducten wordt volgens foodwatch verkocht aan een ‘handvol’ bedrijven en grote detailhandelaren die de prijs, de rassen en de kwaliteit bepalen. (Illustratie foodwatch)

AMSTERDAM Het landbouwsysteem van de Europese Unie is zo afhankelijk van het gebruik van pesticiden dat deze afhankelijkheid wordt omschreven als ‘lock-in’. Dat blijkt uit het rapport ‘Locked-in Pesticides’ van foodwatch. De voedselwaakhond presenteert een innovatieve aanpak voor een pesticidenvrije EU.

De term ‘lock-in’ waarmee foodwatch het landbouwsysteem van de EU typeert, is afgeleid van de neurologische aandoening ‘locked-in syndrome’, die een verlamming van het lichaam beschrijft. Hoewel de patiënt bij bewustzijn is en het cognitieve functioneren meestal onaangetast is, hebben ze geen controle over hun lichaam.

Race naar de bodem
‘De analogie met de ‘moderne’ landbouw noemt foodwatch ’treffend’. ‘Het grootste deel van de landbouwproducten wordt verkocht aan een ‘handvol’ bedrijven en grote detailhandelaren die de prijs, de rassen en de kwaliteit bepalen. Veel boeren weten niet eens welke prijs hun product(en) zullen opbrengen totdat de oogst begint. Locked-in boeren kunnen alleen winst maken door de kosten per geproduceerde eenheid te verlagen of meer eenheden te produceren tegen dezelfde kosten. Deze strategie wordt door de meeste boeren gevolgd. Dat leidt tot een permanente race naar de bodem. Samen met de bijbehorende nadelige externe effecten zoals plattelandsvlucht (migratie en eliminatie van infrastructuur, vooral voor verwerking), vernietiging van het milieu, overproductie en omvangrijke subsidies. De externe kosten van het mondiale voedselsysteem zijn duizelingwekkend. Pesticiden staan centraal in deze strategie.’

‘Schaf subsidies voor vlees- en zuivelproductie af’

Om te komen tot een pesticidenvrije EU zijn volgens foodwatch tal van beleidswijzigingen nodig. Zo moet worden begonnen met het belasten van de pesticiden met externe kosten en moet een koolstofbeprijzing worden ingevoerd. Verder moet er financiële steun komen voor rechtstreekse verkoop en voor lokale en regionale waardeketens. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU moet worden hervormd om het gebruik van pesticiden te reduceren. Hiervoor zouden onder meer de subsidies voor vlees- en zuivelproductie moeten worden afgeschaft. Subsidies zouden toegekend mogen worden onder specifieke voorwaarden, waaronder eenjarige en/of meerjarige bloemstroken, herstel van leefgebieden en aanleg van nieuwe leefgebieden, beheerde braaklegging, verplichte rotatie van gewassen tussen elk akkerbouwgewas, permanente instandhouding van een groenbedekking tussen de rijen in meerjarige gewassen en vruchtwisseling.

Miljarden kosten
Residuen in voedsel begonnen consumenten al rond 1900 zorgen te baren. De eerste ernstige negatieve gezondheidseffecten werden waargenomen in de jaren ’20, toen Duitse wijnbouwers ernstig ziek werden na zware toepassingen van calciumarsenaat om de fruitmot te bestrijden. Momenteel kunnen dezelfde of soortgelijke negatieve effecten van het gebruik van pesticiden nog steeds worden waargenomen. Bovendien veroorzaken pesticiden (vooral herbiciden) in het grondwater aanzienlijke economische schade.

De werkelijke prijs van het gebruik van pesticiden is hoog. Hoewel er weinig gegevens beschikbaar zijn, worden de jaarlijkse externe kosten in de EU eerder in de miljarden euro’s dan in de miljoenen euro’s geschat. Tegelijkertijd wordt er zeer weinig uitgegeven aan het vermijden en/of verminderen van het pesticidengebruik.

De weg
Er kunnen drie belangrijke sociaal-economische factoren worden aangewezen die van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de afhankelijkheid van de landbouw van het gebruik van pesticiden. Dat zijn de internationale handel, landroof en plattelandsvlucht (migratie). Deze drie drijvende krachten zijn nauw met elkaar verbonden en hebben in de loop der tijd het grootschalige gebruik van pesticiden onvermijdelijk gemaakt. De beschikbaarheid van bepaalde pesticiden (of soorten gebruik) betekende ook een ‘first-mover advantage’, waardoor boeren hun gewassen kostenefficiënter kunnen telen of gewassen kunnen produceren die visueel aantrekkelijker waren. Hierdoor worden alle concurrerende boeren gedwongen hun voorbeeld te volgen.

Debat over pesticiden duurt al zestig jaar

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is ten minste sinds de jaren zestig sterk bekritiseerd, en het debat is al zo’n zes decennia aan de gang. De Europese Unie heeft de toelating van pesticiden geharmoniseerd, en er is EU-wetgeving aangenomen om het gebruik en/of de risico’s van pesticiden te verminderen.

In de Europese Unie kan over het geheel genomen de afgelopen decennia geen vermindering van het pesticidengebruik worden geconstateerd. Het gebruik van herbiciden is sinds de jaren negentig toegenomen, en het is zeer waarschijnlijk dat ook de intensiteit van het pesticidengebruik (het aantal doses per oppervlakte) is toegenomen, omdat er meer pesticiden met lage doses worden gebruikt, terwijl de totale verkochte hoeveelheden stabiel zijn gebleven of zijn toegenomen.

Intensiteit neemt toe
Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn de grootste gebruikers van pesticiden in de Europese Unie. Deze landen hanteren verschillende parameters voor de evaluatie van het pesticidengebruik. In Frankrijk is het Ecophyto-plan om het gebruik van pesticiden tussen 2008 en 2018 met 50% te verminderen mislukt.

In Duitsland en Nederland is het gebruik van pesticiden noch in hoeveelheid, noch in toxiciteit afgenomen, en is de intensiteit toegenomen (aantal behandelde hectaren).
Vanaf het allereerste begin zijn verschillende negatieve neveneffecten van het gebruik van pesticiden waargenomen. Ongedierte werd snel resistent, zelfs tegen arseenhoudende bestrijdingsmiddelen en waterstofcyanide. Het feit dat pesticiden nuttige organismen uitschakelen en een nog hogere plaagdruk kunnen veroorzaken, is al bekend sinds de jaren vijftig. Zowel resistentie als herleving leiden tot een hoger pesticidengebruik.

‘Bekrompen benadering’
Hoewel pesticiden aanzienlijke schade aanrichten en kunnen worden gezien als de katalysator van een schadelijk en kostbaar landbouwsysteem, is bijna elke poging om het gebruik van pesticiden op grote schaal terug te dringen mislukt. Er zijn verschillende redenen voor deze situatie. Pesticiden worden vaak gezien als landbouwgereedschap dat eenvoudigweg moet worden vervangen door minder schadelijke middelen. Deze bekrompen benadering is gedoemd te mislukken.

Hoewel niet-chemische bestrijding, vooral de biologische bestrijding van schadelijke geleedpotigen, meestal efficiënter is dan het gebruik van insecticiden/acariciden, zijn er sociale en enkele economische beperkingen. ‘Substitutie mislukt wanneer het gaat om het gebruik van herbiciden en fungiciden. Het huidige landbouwsysteem draait al tientallen jaren om het gebruik ervan. Het is van het grootste belang de sociaal-economische drijfveren te begrijpen die telers “gevangen” houden en dwingen pesticiden te gebruiken.’

‘Een race naar de bodem’

De sociaal-economische factoren die tot insluiting van pesticiden leiden, kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: de ene vermindert de diversiteit (genetische diversiteit, gewasdiversiteit), en de andere dwingt tot rationalisatie (kostenverlaging) en vermindert de biodiversiteit. Deze drijvende krachten zijn met elkaar verweven en hangen onderling samen.

De wereldwijde concurrentie tussen (nog steeds) miljoenen boeren en de sterke consolidatie aan zowel de aanbodzijde (landbouw inputs) als de vraagzijde (kopers van producten) zijn de twee belangrijkste drijfveren, die leiden tot een race naar de bodem. Het lijkt erop dat deze race naar de bodem heeft geleid tot een eeuwig verlies voor boeren, het milieu en de rest van de samenleving. Behalve voor de geconsolideerde bedrijven aan de aanbodzijde die bestrijdingsmiddelen, kunstmest, zaaigoed en veevoeder leveren.

Klein is winstgevender
Industriële landbouw, inclusief bestrijdingsmiddelen, wordt vaak gezien als het ‘noodzakelijke kwaad’ om grote hoeveelheden betaalbaar voedsel te produceren ‘voor een groeiende bevolking’. Wanneer we echter kijken naar input versus output, produceren Afrikaanse en Aziatische boeren veel efficiënter voedsel dan Europese boeren. Kleinere boerderijen zijn over het algemeen winstgevender dan grotere boerderijen. Kleine landbouwbedrijven zijn over het algemeen winstgevender dan grote. Grote landbouwbedrijven zijn meer afhankelijk van subsidies dan kleinere landbouwbedrijven.

EU-landbouw voedt 7 miljard landbouwdieren en ‘slechts’ 450 miljoen mensen

Slechts een fractie van de Europese landbouwgrond wordt momenteel gebruikt voor het produceren van de soorten voedsel die mensen zouden moeten eten om een gezond (en klimaatvriendelijk) dieet te behouden. Grote hoeveelheden land en andere hulpbronnen worden gebruikt voor de productie van diervoeder voor de vlees- en zuivelproductie. De EU-landbouw voedt jaarlijks 7 miljard landbouwdieren en ‘slechts’ 450 miljoen mensen. Miljoenen tonnen voedsel worden verspild. De totale externe kosten van het voedselsysteem rijzen de pan uit. De bewering dat de industriële landbouw betaalbaar voedsel produceert, lijkt in schril contrast te staan met de realiteit. In wezen hebben de voorstanders van ‘moderne’ landbouw een onjuist begrip van de prestatie.

Geen samenhang
Vaak pakken politici uitdagingen pas aan als ernstige problemen urgent zijn geworden. In de afgelopen decennia heeft de industriële landbouw veel milieu- en sociale problemen veroorzaakt, wat heeft geleid tot een grote lappendeken van ad-hocwetgeving en -beleid. Aangezien elk probleem afzonderlijk wordt aangepakt, is er is er geen samenhang en zijn sommige beleidslijnen zelfs tegenstrijdig. Veel landbouwvraagstukken, zoals het gebruik van bestrijdingsmiddelen, hangen echter nauw samen met andere vraagstukken, en de landbouw van de toekomst moet op een alomvattende manier worden bekeken en gepland.

Het actieplan
1. beginnen met het belasten van pesticiden met externe kosten; 2. de vergoedingen voor de toelating en de wetgeving van
bestrijdingsmiddelen met externe kosten verhogen;
3. koolstofbeprijzing invoeren;
4. financiële steun verlenen voor rechtstreekse verkoop;
5. financiële steun verlenen aan lokale en regionale waardeketens;
6. het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU hervormen met doelstellingen voor pesticidenreductie en de volgende maatregelen (her)overwegen:
a. directe en indirecte subsidies voor vlees- en zuivelproductie moeten worden afgeschaft
b. basisbetalingen voor plattelandsarbeid en toewijzing aan de productie van klimaatvriendelijk, gezond menselijk voedsel
c. veel krachtigere ondersteuning van rechtstreekse afzet en lokale voedselverwerking;
d. alleen subsidies toe te kennen onder specifieke voorwaarden, waaronder eenjarige en/of meerjarige bloemstroken, herstel van leefgebieden en aanleg van nieuwe leefgebieden (bijv. heggen), beheerde braaklegging, verplichte rotatie van gewassen tussen elk akkerbouwgewas (onder voorwaarden), permanente instandhouding van een groenbedekking tussen de rijen in meerjarige gewassen (onder voorwaarden) en vruchtwisseling (onder voorwaarden).
7. de afschrijving aanpassen;
8. binnenlandse (EU) en internationale handelsregels verbeteren tot een juridisch kader met regels inzake verplichte mensenrechten en gepaste zorgvuldigheid op milieugebied;
9. coherentie brengen in de EU-wetgeving inzake pesticiden door:
a. sterke nationale, wettelijk bindende IPM-regels voor elk gewas te ontwikkelen, inclusief ‘vruchtwisselingswetten’, en geleidelijk alle behandelingen/indicaties van chemische bestrijdingsmiddelen in te trekken die tot overtreding van deze regels zouden leiden;
b. alle toegelaten indicaties te herzien
10. de goedkeuring van zeer kwetsbare variëteiten intrekken;
11. het onderwerp toegepaste landbouwentomologie op te nemen in de opleiding van telers en landbouwtechnici
12. investeren in onderzoek om verschillende kennislacunes te dichten.

Reageer op dit bericht

Please enter your comment!
Please enter your name here